Sluitgewicht 128 Bataviase REALEN # deze pagina toont 1 gewicht.

053


Sluitgewicht, Slaper voor 128 realen van de stad Batavia

Voor meer en grotere foto's klik op het gewicht  ► ► ► ►

Geijkt als Stads-slapergewicht van Batavia door Abraham Crena in 1709.

Op het deksel zijn twee zilveren platen gemonteerd waarop staat;
'Gewigt Van 128 / Realn in alle zijne / Gedeelts Correkt / gemaakt na des / Stads Slaper Door Den / Stads IJk meester / Abraham Crena / Anno 1709'
Het stadswapen van Batavia, een zwaard stekend door een lauwerkrans (werd gebruikt als zegel en officieel verificatie- c.q. goedkeuringsmerk van de stad Batavia).

Het huis met een donkere patina is versierd met jachttaferelen en de pijlen in het huis zijn tot 1/4 R zowel aan de binnenkant als op de buitenkant voorzien van gegroefde ringen

01) In het huis staat afgeslagen een 4 gevolgd door 64 R en het gestileerde
     stadswapen van Batavia
02) 2  32 R en het gestileerde stadswapen
03) 1  16 R en het gestileerde stadswapen
04) 16  8 R en het gestileerde stadswapen
05) 8    4 R en het gestileerde stadswapen
06) 4    2 R
07) 2    1 R
08) 1/2    R
09) 1/4    R
10) 1/8    R                  

Stadsijkmeester van Batavia
Abraham Crena, werd als eerste stadsijker van Batavia benoemd op 27 mei 1704.
Hij voerde zijn ambt uit tot en met 1709.

Bijzonderheden
De aanduiding “Na des Stads Slaper” op het deksel wil zeggen dat het gewicht vermoedelijk een naar de officiële standaard gemaakte (werk)standaard van de 2e rang is. Een dergelijke standaard van de 2e rang werd door de ijkmeester beheerd. Het gewicht was oorspronkelijk een gewicht van 8 Trooise ponden dat is getransformeerd naar een gewicht voor 128 realen c.q. van 8 reaalpond.
Stads-slapers van Batavia, voorzien van zilverenplaten en tekst, geijkt door Abraham Crena zijn uiterst zeldzaam.

Extra info
Standaardgewicht of slaper voor 128 realen van acht of “real de a ocho”, de grootste denominatie, c.q. van 8 reaalpond van de stad Batavia. Met dit gewicht, vermoedelijk een naar de officiële standaard gemaakte (werk)standaard van de 2e rang, werden de in de koophandel gebruikte sluitgewichten door de ijkmeester gecontroleerd.

De Spaanse realen van acht zijn grof geslagen munten, bezaten een wisselende massa en waren daarom ook niet als betaalmiddel in gebruik. Ze werden vanwege hun intrinsieke zilverwaarde niet per stuk maar per massa-eenheid (per Trooise Mark van 246,084 gram) verhandeld. Daarom noemde men ze ook wel Mark-Realen.
In Nederlands-Indië, waar de Spaanse mat ook werd gebruikt, heette deze Piaster, Real Bulat of Real Batu (afgekort pasmat).

De in de koophandel gebruikte sluitgewichten voor de weging van realen van acht werden feitelijk voor twee doeleinden gebruikt;
1e Voor de bepaling van de zilverwaarde van een partij realen van acht.
Om de hoeveelheid van een partij realen van acht c.q. de zilverwaarde daarvan te bepalen zonder de realen te hoeven tellen, plaatste een geldhandelaar één of meerdere gewichten van een dergelijk sluitgewicht op een balansschaal
Door de som te berekenen van het aantal realen dat op die gewichten stond wist de geldhandelaar hoeveel realen er op de andere balansschaal geplaatst dienden te worden om de balans in evenwicht te brengen
Met andere woorden; hij wist hoeveel realen daar tegenover moesten staan
Het maakte daarbij niet uit met welke denominaties dat aantal realen gerealiseerd werd. Feitelijk werd het sluitgewicht in dit geval niet gebruikt om de massa van een partij realen van acht te bepalen, maar om via massabepaling het aantal realen te bepalen
Het sluitgewicht werd dus als bankgewicht of als “telgewicht” gebruikt.
2e Voor goud- en zilverweging
Voor goud- en zilverweging werd in Nederlands Oost-Indië zowel de reaal van acht zelf alsook de van deze munteenheid afgeleide massa-eenheid, het reaalgewicht c.q. het reaalpond van 437,482 gram gebruikt.

Het stadswapen van Batavia
Het stadswapen van Batavia, een zwaard stekend door een lauwerkrans, werd gebruikt als zegel en officieel verificatie- c.q. goedkeuringsmerk van de stad Batavia.
In 1619 werd het rijk van Jaccatra door de Gouverneur-Generaal Jan Pieterszoon Coen door de Verenigde Nederlanden veroverd. Direct werd daar toen een kasteel en een stad met werven, pakhuizen en kantoren gebouwd die beiden de naam Batavia kregen. Vanuit Batavia werden alle steden en gebieden die in Nederlands Oost-Indië aan de Nederlandse Staat onderworpen waren geregeerd en werd de handel gecoördineerd.
Op 15-08-1620 werd het stadswapen als volgt omschreven;
“een swaert van azur in een orange schilt, steeckende met de poincte deur een lourieren crans van coleur bruyn groen”
Met andere woorden; een blauw zwaard in een oranje schild, waarvan de punt door een bruingroene laurieren krans steekt Een dergelijke krans, meestal lauwerkrans genoemd, is een cirkelvormige krans gemaakt van in elkaar hakende takken en bladeren van de aromatische laurier, die het hele jaar zijn groene kleur behoudt.
De roos werd gebruikt als officieel verificatie- c.q. goedkeuringsmerk van de stad Batavia en was in de 18e eeuw, en volgens een Indonesisch metroloog in 1997 nog steeds, als officieel verificatie- c.q. goedkeuringsmerk in gebruik.                  
                                                                                 
Onderstaand een tekening van de stad Batavia hoe Abraham Crena zijn stad in 1709 zag.

                  

Afbeelding bevindt zich in het Tropen Museum te Amsterdam