Krukgewichten

Krukgewichten voormetriek (vóór 01-01-1820)
Voormetrieke krukgewichten komen in ons land voor vanaf circa het einde van de 16e eeuw tot 01-01-1820.
Het krukgewicht was in diverse plaatsen de meest gebruikte gewichtsvorm, met name in steden waar loden gewichten verboden waren, zoals in Amsterdam en Groningen. De gebruikelijke massa’s zijn 1, ½, ¼ en ¹⁄8 pond. Ook grotere massa’s tot wel 100 pond komen voor. Sporadisch zijn er krukgewichten met een kleine massa vervaardigd. Zo is een Amsterdams geijkt krukgewicht bekend van ½ lood ofwel ¹⁄64 pond.

Vanaf 50, 30, 25, 20, 15, 10, 5, 4, 3, 2 en 1 pond werd de massa op krukgewichten met de volgende tekens aangegeven respectievelijk:

                                                   

                                                                 ook gebruikte men wel de romeinse cijfers;
                      L = 50    XXX = 30     XXV = 25      XX = 20    XV = 15     X = 10     V = 5    IIII = 4     III = 3     II = 2    I =1

Krukgewichten 1820-1870
Na de invoering van het metrieke stelsel per 01-01-1820 werden knopgewichten het meest gebruikt. Krukgewichten werden alleen nog toegepast voor de gewichten met een massa van 50 t/m 1 Ned. pond (KIL.), aflopend per Ned. pond. De voorgeschreven vorm van de messing krukgewichten was ‘omtrent cilindrisch eenigzins schuins naar boven toeloopende’.
Vanaf 1 Ned. pond en zwaarder werden ze voorzien van een vaste ring. De kleinere gewichten werden voorzien van een vaste knop.
De gewichten van 10, 5, 4, 3, 2 en 1 Ned. pond mochten eventueel ook met een knop worden uitgevoerd. Er zijn ook metrieke krukgewichten bekend van 5, 2, 1 Ned. ons (500, 200 en 100 gram) en enkele exemplaren van 5 Ned. lood (50 gram). Laatstgenoemde gewichten zijn soms vermaakt uit voormetrieke krukgewichten van 1/8 pond. Overeenkomstig de voormetrieke krukgewichten kennen ook de metrieke krukgewichten regionaal gezien veel verschillende vormen, met name in de vorm van de kruk, de vorm van het gewichtlichaam en de versieringen op het gewichtlichaam.

In de periode 1820-1870 werden overwegend de volgende opschriften op de gewichten aangebracht:
• NED. POND (KIL.)/1000 w (= 1000 gram of 1 kilogram)
• NED. ONC/NED. ONS/100 w (= 100 gram)
• NED. LOOD/ N.L./10 w (= Nederlands lood = 10 gram)
• N.W./w (= Nederlands wigtje = 1 gram)
• KORREL/K (= 0,1 gram)

De periode 1820-1870 kende meerdere varianten, waaronder:
• voor Nederlandse ponden: NED. PONDEN, NEDERLANDSCH POND, NEDERLANDSCHE PONDEN, N.P.,
  N.P.K., KILOGRAMME, KILOG
• voor Nederlandse onsen: N.O., NED. ONCE, NED. ONCEN, NED ONSEN, NED ONZEN
• voor Nederlandse loden: NED. LODEN, NED. LOODEN
• voor Nederlandse wigtjes: NED. WIGTJES, NED. WIGTIES

Krukgewichten 1870-1912
In de periode 1870-1912 werden de cilindrische messing krukgewichten vervaardigd met een massa van 50, 25, 20, 10, 5, 2 en 1 kilogram. Gewichten van 10, 5, 2 en 1 kilogram mochten overigens ook van een knop worden voorzien.
Het cilindrische model werd voorgeschreven als ‘eene cilindrische gedaante’ met een vastgegoten ring.
In de periode 1870-1912 werden overwegend de volgende opschriften op de gewichten aangebracht:
• KILOGRAM./KILOGR./KILOG. (= 1000 gram of 1 kilogram)
• HEKTOGRAM./HEKTOGR./HEKTOG. (= 100 gram)
• DECAGRAM./DEKAGR./D.G. (= 10 gram)
• GRAM./G. (= gram)
De opschriften werden in de wet met kleine letters vermeld. Op de gewichten werden ze echter altijd met hoofdletters afgeslagen, gevolgd door een punt.

Krukgewichten 1912-1919
In de periode 1912-1919 werden de cilindrische messing krukgewichten vervaardigd met een massa van 25, 20, 10 en 5 kilogram.
De cilindrische gewichten van 2 kilogram en lichter hadden een knop, de zwaardere gewichten waren van een kruk voorzien. In deze periode werden de volgende opschriften op de gewichten aangebracht:
• KILOGRAM. (= 1000 gram of 1 kilogram)
• ONS. (= 100 gram)
• G. (= gram)
De opschriften op de messing gewichten werden met hoofdletters geschreven, gevolgd door een punt.

Krukgewichten 1919-1941
In de periode 1919-1941 werden de cilindrische messing krukgewichten vervaardigd met een massa van 25, 20, 10 en 5 kilogram.
De cilindrische gewichten van 2 kilogram en lichter hadden een knop, de zwaardere gewichten waren van een kruk voorzien.
De voorschriften voor de messing gewichten in de periode 1919-1941 waren identiek aan de voorschriften uit de periode 1912-1919, conform het Koninklijk Besluit d.d. 06-11-1912 (Staatsblad no. 341). Een uitzondering vormden de voorschriften voor de karaatgewichten, die verschilden.
In deze periode werden de volgende opschriften op de gewichten aangebracht:
• KILOGRAM. (= 1000 gram of 1 kilogram)
• ONS. (= 100 gram)
• G. (= gram) De opschriften op de messing gewichten werden met hoofdletters geschreven,
gevolgd door een punt.

Krukgewichten 1941-1998, gewichten voor gewone weging
In de periode 1941-1998 mochten de cilindrische messing krukgewichten voor gewone weging worden vervaardigd met een massa van 25, 20, 10 en 5 kilogram. In de periode 1941-1998 werden de volgende opschriften op de gewichten aangebracht:
• kilogram (= 1000 gram of 1 kilogram)
• gram (op gewichten van 500, 200 en 100 gram) = gram
• g (op gewichten van 50, 20, 10, 5, 2 en 1 gram) = gram
De opschriften op de messing gewichten werden met kleine letters geschreven,
zonder punt.

Krukgewichten 1941-1949, gewichten voor fijne weging
In de periode 1941-1949 konden de cilindrische messing krukgewichten voor fijne weging worden vervaardigd met een massa van
25, 20, 10, 5 en 2 kilogram. De krukken van deze gewichten mochten afschroefbaar zijn.
De gewichten voor fijne weging kregen vanaf 1941 een nieuw model. In deze periode werden de messing gewichten voor fijne weging geproduceerd conform de Beschikking d.d. 09-05-1939, die op 01-01-1941 in werking trad. Door
koperschaarste en gebrek aan materiaal voor het vervaardigen van nieuwe beitels kwam dat nieuwe model voor gewichten voor fijne weging slecht van de grond. Tussen 1941 en 1949 werden er noodmaatregelen getroffen om afwijkende messing gewichten voor fijne weging toe te laten.

Krukgewichten 1949-1998, gewichten voor fijne weging
In de periode 1949-1998 mochten de cilindrische krukgewichten voor fijne weging worden vervaardigd met een massa van 25000, 20000, 10000, 5000 en 2000 gram. De krukken van deze gewichten zijn afschroefbaar.
In de periode 1949-1998 werden de opschriften op de messing gewichten aangegeven in gram, aangeduid met de kleine letter g, zonder punt.

Werktekeningen van metrieke krukgewichten Klik hier